Zo begint Aristoteles zijn Ethica Nicomachea en om maar meteen met de deur in huis te vallen het uiteindelijke doel is in zijn optiek het geluk maar de vraag is hoe bereiken we dat? We zullen zien dat Aristoteles on voert lang de deugden, de waarheid, vriendschap en de filosofische beschouwing. Deze laatste ziet hij als het perfecte geluk en daarom besluit hij zijn Ethica Nicomachea met de woorden “Laten we dus met ons exposé beginnen” ( Ethica Nicomachea, Damon, pag. 300 ). Hij definieert het filosoferen als het perfecte geluk en het lijkt erop dat hij hiermee het fundament legt voor de zin van de filosofie zelf. De Ethica is voor hem slechts het begin.
Hij begint te stellen dat het goede waarschijnlijk iets is dat ons moeilijk kan worden afgenomen. Het zou natuurlijk mooi zijn als we in ons geluk niet of weinig afhankelijk zouden zijn van anderen. Thích Nhất Hạnh stelt in deze dat we toch in eerste instantie onszelf liefhebben en dat de mate waarin we dat doen bepalend is voor wat we voor een ander kunnen betekenen ( Leren over de liefde, Thích Nhất Hạnh, pag. 24 ) . Liefde voor onszelf voldoet hiermee an wat Aristoteles hier zegt, immers het is mogelijk om in beperkte mate afhankelijk te zijn terwijl we onszelf liefhebben. Dit moet niet als iets egoïstisch worden gezien maar meer als een basisvoorwaarde voor een gezond leven. Aristoteles stelt dat we eer, genot en intellect en elke vorm van “optimaal functioneren” ( arête ) weliswaar ook om zichzelf kunnen kiezen ook al zou er verder niks uit voortkomen ( Ethica Nicomachea, Damon, pag. 87 ) maar we doen dit omdat we veronderstellen hier gelukkig van de worden. Volgens Aristoteles kiezen we geluk altijd omwille van zichzelf en daarom is geluk het hoogste goed.
Wat is geluk?
Maar wat is nou eigenlijk geluk? Nu wordt Aristoteles wat materialistisch en stelt dat alle onderdelen van ons zijn ( ousia ) een functie hebben en dat wat de mens onderscheidt van planten ( de groei is gemeenschappelijk ) is dat we een ziel hebben met een rationeel beginsel en daarom stelt hij dat we net zoals we zeggen dat een goede citerspeler als optimaal functioneren heeft, het goed bespelen van de citer, we kunnen stellen dat de mens activiteiten en handelingen verricht in overeenstemming met een rationeel beginsel als leidend principe, ergo het optimaal functioneren van de ziel. En het leven volgens een rationeel beginsel noemt hij het goede.
"Want de prijs, dat wil zeggen het doel van optimaal functioneren, is duidelijk het beste wat er is, iets goddelijks en gelukzaligs" ( Ethica Nicomachea, Damon, pag. 92 )
Geluk is het optimaal functioneren van de ziel.
Aristoteles stelt dat deugdelijk handelen de meeste stabiele activiteit is, immers ook bij tegenspoed kunnen we deugdelijk handelen. Het voldoet dus aan de eerdere bewering dat de beste bron van het geluk iets is dat ons moeilijk kan worden afgenomen. Hij trek de conclusie dat de mens optimaal functioneert in intellectueel en moreel opzicht als hij het rationele beginsel als basis neemt. Ik vind dit zelf logisch omdat we allemaal mensen zijn en er aspecten van ons zijn zijn die wij met alle mensen gemeen hebben en het denken is een belangrijke gemeenschappelijke deler. Daarom denk ik dat als we door eigen onderzoek kunnen ontdekken wat deze delen zijn en hoe ze optimaal functioneren en dat we hiermee een basis hebben voor deugden, dat wil zeggen waarden die verondersteld worden voor iedereen te gelden. Overigens heeft ieder mens door zijn individualiteit ook nog persoonlijke waarden die kenmerkend zijn voor het individu maar ik denk dat er in de basis een optimaal functioneren is maar ieder zal dit voor zichzelf moeten toetsen, immers stelt ook Aristoteles dat wijsheid kennis is die overeenkomt met de praktisch inzicht en die moet dus individueel worden verworven. Een filosoof zou dan ook nooit willen dat je hem of haar op zijn of haar woord gelooft, neem overtuigingen als hypothese en ervaar wat het je brengt.
Optimaal functioneren in moreel opzicht.
De deugd nu wordt door Aristoteles het juiste midden tussen teveel en te weinig genoemd. Moedig is bijvoorbeeld het juiste midden tussen lafheid en roekeloosheid. Het juiste midden moeten we niet als een wiskundig midden zien maar meer als een "oké zone" en het is over het algemeen makkelijker om door negatie deze zone te bepalen, ofwel wat is niet moedig is ( dr. A. Lamprakis, 2025 ). De deugd van rechtvaardigheid wordt als de hoogste deugd aangemerkt omdat deze zich realiseert met betrekking to de ander, immers ieder mens streeft naar eigen recht en onderscheidt zich door het willen van het recht voor een ander. Omdat we de deugd eerder hebben gedefinieerd als het hebbende van een rationeel beginsel stelt hij om te beginnen dat aan de deugd een weloverwogen keuze te grondslag ligt, een onvrijwillige keuze kan nooit deugdelijk zijn. De deugden die hij behandeld zijn onder meer moed, gematigdheid, vrijgevigheid, grootsheid, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, waarachtigheid, gevatheid, zelfbeheersing, rechtvaardigheid en redelijkheid. Redelijkheid wordt als superieur gezien ten opzicht van rechtvaardigheid, immers zo vat ik samen, rechtvaardig is dat wat wettelijk is maar ook universeel. Redelijkheid is toegespitst is op het individu en daarom superieur ( Ethica Nicomachea, Damon, pag. 185 ). Rechtvaardigheid wordt gedefinieerd als dat wat wettig is vermits de wet goed is opgesteld. Per deugd beschrijft hij nauwkeurig wat de uitersten zijn en wat het juiste midden is. Dit nu was de eerste vorm van optimaal functioneren en wel in morele zin.
Optimaal functioneren in intellectueel opzicht.
De tweede vorm van optimaal functioneren is het optimaal functioneren in intellectueel opzicht. Hij stelt dat de doel van de intellectuele delen is het streven naar waarheid. Bertrand Russel stelt het ook mooi:
"In moreel opzicht maakt een filosoof, die zijn professionele competentie gebruikt voor iets anders dan een belangeloos zoeken naar de waarheid, zich schuldig aan een vorm van verraad. ... De ware filosoof is bereid alle vooropgezette meningen te onderzoeken." ( De geschiedenis van de westerse filosofie, Servire, pag. 864 )
Genot is zo stelt hij niet een doel op zich maar een volledig ervaren dat aan geluk wordt toegevoegd en het compleet maakt. Het boeddhisme stelt dat geluk de ervaring van de geest is en genot de ervaring van de lichaam. Immers als in de woestijn water tegenkomen worden we gelukkig maar als we het water drinken ervaren we genot, ze zijn complementair en de ervaring is volledig, er kan niks aan toegevoegd worden ( Leren over liefde, Thích Nhất Hạnh )
Vormen van vriendschap.
Hoofdstuk acht en negen van de Ethica Nicomachea gaan geheel over vriendschap. Hij ziet de hoogste vorm van vriendschap de vorm waarbij de vrienden in hoge mate de deugdelijkheid delen binnen hun vriendschap. De vriend verheugt zich in het deugdelijk handelen van de ander en zal de ander ook deugdelijk behandelen. Omdat zoals eerder gesteld de deugd het meest stabiel is, is dit ook de meest stabiele vorm van vriendschap. Dit in tegenstelling tot een vriendschap die op genot of nut is gebaseerd.
Welnu, we zijn bij het laatste hoofdstuk aangekomen waarin hij beschrijft dat de filosofische beschouwing het perfecte geluk is, ook dit is in overeenstemming met het eerder gestelde. Immers de bij filosofische beschouwing zijn wij het minst van anderen afhankelijk en als we hier geluk aan ontlenen draagt het op een hele stabiele wijze bij aan ons geluk in tegenstelling het najagen van geld, genot en eer die tijdelijk zijn en sterk afhankelijk van anderen en omstandigheden. Dus geluk is het hoogste goed en dit goed wordt bereikt door het beste deel van ons, onze ziel, optimaal te laten functioneren. Dit optimaal functioneren wordt bereikt door het streven naar de deugd, de waarheid, vriendschap en de filosofische beschouwing.
