Het hoogste doel is geluk, deugdzaam leven de weg er naartoe.

Het hoogste doel is geluk en we hebben dit grotendeels in eigen hand.
Het hoogste doel is geluk en we hebben dit grotendeels in eigen hand.

"Alle kunst, elke kunde, ieder onderzoek en evenzo iedere handeling en ieder bewust streven is naar men aanneemt, op een bepaald doel gericht; daarom heeft men wel met recht gezegd dat het goede is waarop alles is gericht" (Ethica Nicomachea, Damon, pag. 79; 1.1 1094a1-3). 

De kernvraag binnen de Ethica Nicomachea die Aristoteles probeert te beantwoorden, is wat is nu dit goede waar alles op gericht is, wat is genoeg op zichzelf? Volgens Aristoteles is dit Geluk.

"Onder het zichzelf genoeg-zijn verstaan we wat op zichzelf genomen het leven verkieslijk maakt en ervoor zorgt dat er aan niets ontbreekt, Van dien aard is, ons inziens, geluk." (EN, Damon, pag. 87; 1.7 1097b14-17)

Je bereikt geluk door het beste deel jezelf, het denkende deel van de ziel, optimaal te laten functioneren. Dit optimaal functioneren komt het sterkst naar voren als je je richt op de deugd en deze centraal stelt in je leven. In dit artikel gaan we zicht krijgen op hoe we dit geluk kunnen bereiken volgens Aristoteles maar daarvoor moet ik eerst even wat uitleggen over het mensbeeld van Aristoteles en Aristoteles' definitie van de ziel.

Aristoteles' mensbeeld en zijn definitie van de ziel

Aristoteles spreekt over 'primair zijn' of 'eerste substantie' en 'secundair zijn' of 'tweede substantie'. Primair zijn is het individuele wezen of ding zoals Socrates. Primair zijn is enerzijds opgebouwd uit materie, ergo de bouwstof. Anderzijds is het primair zijn ook vorm, ergo deze mens. Secundair zijn is de klasse of soort waartoe het zijn behoort, zoals mens of dier. Aristoteles spreek over ontwikkeling als de beweging van potentialiteit naar actualiteit. Bijvoorbeeld een eikel die een boom wordt, maar een moderner beeld is het gaan van een bevruchtte eicel met DNA naar een volwassen mens. De vorm van een levend wezen nu is volgens Aristoteles de ziel.

Aristoteles spreekt over de ziel als iets immanents en niet iets transcendents zoals bij Plato maar iets dat als onderdeel van het materiële zijn. Aristoteles onderscheid drie niveaus van de ziel waarbij een hogere vorm altijd de lagere vormen in zich draagt. Het eerste niveau is de vegetatieve ziel verantwoordelijk voor het streven naar groei en voortplanting. Het tweede niveau is de sensitieve ziel verantwoordelijk voor gevoelens en emoties. Het derde niveau is het denkende deel, verantwoordelijk voor de cognitieve functies. Het derde niveau geeft inzicht in de universalia, zoals het begrijpen van begrippen als mens, dier en de structuur der dingen. (Ethica Nicomachea, Damon, pag. 43). Aristoteles lijkt soms te suggereren dat het rationele of denkende deel iets eeuwigs heeft of zelf eeuwig is, maar hier is veel discussie over en Aristoteles geeft hier geen eenduidig antwoord op.

De indeling van een deel van de ziel met een rationeel beginsel volgens Aristoteles bestaat uit een deel dat het rationeel beginsel bevat (denkend deel) en verantwoordelijk is voor het denken en een ander deel dat dit niet bevat. Het laatste deel laat zich soms leiden door rationaliteit. Dit deel bestaat weer uit een deel deel dat zich kan laten leiden door het rationeel beginsel (volgend deel) en een deel dat niet-rationeel is (vegetatieve deel).

Aristoteles' definitie van de deugd

Nu weet je meer over de ziel maar wat is nu deugd volgens Aristoteles? Hij definieert de deugd als het juiste midden tussen uitersten; vrijgevigheid als het midden tussen verkwisting en gierigheid; grootsheid als het midden tussen verwaandheid en bekrompenheid; zachtmoedigheid als het midden tussen lichtgeraaktheid en opvliegendheid; gevatheid als het midden tussen aanstellerij en lompheid. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van wat Aristoteles analyseert. Het juiste midden moeten we niet als een wiskundig midden zien maar meer als een "oké zone" en het is over het algemeen makkelijker om door negatie deze zone te bepalen, ofwel wat is niet moedig is (dr. A. Lamprakis, 2025). Hij analyseert enerzijds op taaltechnische wijze, anderzijds zijn zijn inzichten gebaseerd op ervaring. De deugd is niet iets dat louter als dispositie kan bestaan, ergo je moet het bestuderen en ontwikkelen door het in de praktijk te brengen. Rechtvaardigheid is in de hoogste mate volmaakte deugd omdat deze de uitoefening van de deugd is in relatie tot de ander. Rechtvaardigheid wordt gedefinieerd als dat wat wettig is vermits de wet goed is opgesteld.

Geluk is het optimaal functioneren van de ziel

Maar wat is nu optimaal functioneren van de ziel? Aristoteles trekt een vergelijking met een citer in zijn Ethica. De bespeler is hier het denkende deel van de ziel. De citer is het deel van de ziel dat zich laat bespelen, oftewel het volgend deel. De citer goed bespelen vergt natuurlijk een goede citer, maar in eerste instantie een goede citerspeler. De citer goed bespelen vergelijkt hij nu met het optimaal functioneren van de ziel. Ik vat het als volgt samen, de mens functioneert optimaal als het denkend deel leidend is ten opzichte van volgend deel en zich hierbij richt op de deugd. Maar ook een citerspeler moet eten en drinken en heeft een dak boven zijn hoofd maar deze staan in dienst van het spelen van de muziek door de citerspeler, ergo ook het vegetatieve deel moet in zijn behoeften worden voorzien. Een mindere vorm van geluk zou zijn als we eten of genot omwille van zichzelf zouden kiezen zo beweerd Aristoteles (Ethica Nicomachea, Damon, pag. 87; 1.7 1097a31 - 1097b7). Bij “optimaal functioneren” (aretê) van de ziel omwille is ons einddoel geluk door de deugd.

"Want de prijs, dat wil zeggen het doel van optimaal functioneren, is duidelijk het beste wat er is, iets goddelijks en gelukzaligs" (EN, Damon, pag. 92; 1.9 1099b16-18)

Aristoteles maakt duidelijk dat het verstandig is zo stabiel mogelijke activiteiten te nemen als basis voor geluk en Aristoteles zegt dat de deugdelijkheid het meest stabiel is, immers ook bij tegenspoed kunnen we deugdelijk handelen.

"Geen van de menselijke functies is zo stabiel als de deugdelijke activiteiten; men beschouwd ze zelf als bestendiger dan de wetenschappen." (EN, Damon, pag. 94; 1.10 1100b14-16)

De filosofische levenswijze volgens Aristoteles

Grofweg onderscheidt Aristoteles de filosofische en niet filosofische levenswijzen. De niet filosofische levenswijzen zijn primair gericht op zaken als werk, romantische relaties, eten en drinken en politiek zonder dat hierbij de deugd tot uiting komt. Heel concreet noemt Aristoteles de niet-filosofische levenswijze waarbij genot gelijk gesteld wordt aan geluk. Hij noemt dit de meest vulgaire, de levenswijze van de massa. (Ethica Nicomachea, Damon, pag. 83; 1.5 1095b16-18). Thích Nhất Hạnh (een boeddhistische zenleraar) vindt genot ook niet een doel op zich maar als iets dat aan geluk wordt toegevoegd en het compleet maakt. Thích Nhất Hạnh toont aan dat geluk de ervaring van de ziel/geest is en genot de ervaring van de lichaam; immers als in de woestijn water tegenkomen worden we gelukkig maar als we het water drinken ervaren we genot, zijn ze complementair en de ervaring is volledig, er kan niks aan toegevoegd worden (Leren over liefde, Thích Nhất Hạnh).

Aristoteles noemt de filosofische levenswijze het perfecte geluk. Zoals eerder gezegd is dit een leven waarbij de deugd centraal staat en de deugd nu in moreel opzicht is het juiste midden. De filosofische levenswijze kenmerkt zich door zijn geluk vooral te halen uit stabiele bronnen van geluk. Aristoteles ziet als stabiele bronnen het deugdelijk handelen, de vriendschappen, de waarheid en de relatie met jezelf.

Deugdelijk handelen als bron van geluk

Aristoteles zegt dat de deugd niet louter als dispositie kan bestaan. We kunnen wel denken aan matigheid maar we moeten dit tot uiting laten komen in ons leven en het zodoende leren. In Euthydemus stelt Socrates het al scherp door te zeggen:

"Dan hebben wij een soort kennis nodig, mooie knaap, zei ik, waarbij het gebruik van wat we totstandbrengen samenvalt met dit totstandbrengen." - Plato (Euthydemus, 289b)

Aristoteles borduurt hier op voort en wijst kennis van de deugd aan als de kennis waar Socrates in de dialogen naar opzoek is. Plato zegt ook letterlijk dat de ondeugd de ziekte is van de ziel (Sofist, 228b). Aan de deugd een ligt altijd een weloverwogen keuze ten grondslag een onvrijwillige keuze kan nooit deugdelijk zijn, zegt Aristoteles. Aristoteles behandelt onder meer de deugden moed, gematigdheid, vrijgevigheid, grootsheid, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, waarachtigheid, gevatheid, zelfbeheersing, rechtvaardigheid en redelijkheid. Redelijkheid wordt als superieur gezien ten opzicht van wettelijk. Redelijkheid is toegespitst is op het individu en daarom superieur (EN, Damon, pag. 185; 5.10 1137b 10-12).

Waarheid als bron van geluk

De tweede vorm van is het optimaal functioneren is optimaal functioneren in intellectueel opzicht. Het doel van optimaal functioneren in intellectueel opzicht is het zoeken naar waarheid. Bertrand Russel zegt het ook mooi:

"In moreel opzicht maakt een filosoof, die zijn professionele competentie gebruikt voor iets anders dan een belangeloos zoeken naar de waarheid, zich schuldig aan een vorm van verraad. ... De ware filosoof is bereid alle vooropgezette meningen te onderzoeken." (De geschiedenis van de westerse filosofie, Servire, pag. 864)

Vriendschap als bron van geluk

Hoofdstuk acht en negen van de Ethica Nicomachea gaan geheel over vriendschap. Aristoteles ziet de hoogste de vorm het in hoge mate delen van deugdelijkheid als de meest stabiele vorm van vriendschap. De vriend verheugt zich in het deugdelijk handelen van de ander en zal de ander ook deugdelijk behandelen. Omdat zoals eerder gesteld deugdelijk handelen de meest stabiele basis voor geluk is, is deugdelijkheid ook de meest stabiele factor binnen een vriendschap. Dit in tegenstelling tot een vriendschap die op genot of nut is gebaseerd.

Relatie met jezelf als bron van geluk

Thích Nhất Hạnh stelt dat we toch in eerste instantie onszelf lief moeten hebben en dat de mate waarin we dat doen, bepalend is voor wat we voor een ander kunnen betekenen (Leren over de liefde, Thích Nhất Hạnh, pag. 24). Je moet dit niet zien als iets egoïstisch maar als een basisvoorwaarde voor een gezond leven. Thích Nhất Hạnh is een boeddhistisch zenleraar die in Europa erg actief is geweest overleden is in 2022 en die onder meer "leren over de liefde" schreef. Aristoteles schreef zoals eerder aangehaald: "Geen van de menselijke functies is zo stabiel als de deugdelijke activiteiten". Liefde voor onszelf kan dus een hele stabiele factor zijn in het leven van een mens, immers het is mogelijk om in beperkte mate van anderen afhankelijk te zijn terwijl we onszelf liefhebben.

"Het is dus duidelijk dat de slechte mens verstoken is van affectie zelfs voor zichzelf, omdat er helemaal niets in hem is dat de moeite van het liefhebben waard is" (EN, Damon, pag. 262; 9.4 1166b26-30)

Streven naar de deugd, de waarheid en vriendschap

Dus geluk is het hoogste goed en dit goed wordt bereikt door het beste deel van ons, het denkende deel van onze ziel, optimaal te laten functioneren. Dit optimaal functioneren wordt bereikt door het streven naar de deugd, de waarheid, vriendschap en de filosofische beschouwing. De relatie met jezelf is hierin een onmisbare basis.