Gisteren (25-06-2026) was er een lezing van filosofie.nl met als kernthema "Wie is er bang voor emoties?". Is dit eigenlijk wel de juiste vraag vraag ik mij af? Laten we beginnen bij te definiëren wat emoties zijn, we gaan daarbij maar even uit van wat Paul Ekman definieerde als de vijf belangrijkste categorieën van emoties:
Woede (Anger)
Angst (Fear)
Verdriet (Sadness)
Afschuw (Disgust)
Blijdschap (Enjoyment)
Het idee dat we bang zouden zijn voor blijdschap komt op mij al vrij bijzonder over, als we deze weglaten dan hebben we woede, angst, verdriet en afschuw maar waarom zouden we bang zijn voor deze emoties? Nou een emotie is een pure ervaring van het zelf, het geeft direct inzicht in onze staat en is daarmee de meest pure ervaring van zelf en daar zit hem ook de angst. Wie zijn emoties kent, herkent en toont die maakt zichzelf kwetsbaar, immers je toont jezelf. Als we het zo bekijken dan kan ook blijdschap iets zijn om bang voor te zijn, immers als we delen wat ons blij maakt dan kan een ander daar ook op gaan staan en ons zodoende kwetsen. Toch gaat het omgaan met emoties niet erom dat we ze wegdrukken of niet onderkennen, juist datgene wat we doen als we bang zijn voor emoties. Het tonen van emoties is een vorm van kracht, immers je maakt jezelf kwetsbaar omdat je weet dat je jezelf kunt verdedigen als dat blijkt nodig te zijn. In het oude Griekenland spreekt men dan ook van "Parrhesia" ofwel de vrijmoedigheid om te spreken. Ook hier geldt mijns inziens hetzelfde, het vergt moed om uit te spreken wat je denkt/voelt en vindt en met elke keer dat we dat niet doen verminken we onszelf dus geen wonder dat we bang zijn voor emoties maar de oplossing is dichterbij dan menigeen denkt en kan in elke situatie opnieuw tot stand komen door oefening en gewoonte.
De eerste spreker was Damiaan Denys, dit viel mij enigszins tegen omdat hij eigenlijk een heel seculiere vorm van wetenschappelijk kijken postuleerde. Alles is evolutie, conditionering en tot op het niveau van neuronen te verklaren. Een in mijn optiek absurde wijze van duiden van de mens. Hij raakte wel de kern en dat is zelfvertrouwen, dat kunnen we niet louter door dispositie verwerven dat moeten we in de praxis ontwikkelen zoals Aristoteles zo mooi zegt. Echter alhoewel hij aangeeft dat we volgens Socrates onszelf moeten kennen schetst hij een zeer beperkt mensbeeld en het probleem met een verkeerd mensbeeld is dat omdat het niet overeenkomt met de werkelijkheid we dus ook niet op onszelf zouden kunnen gaan vertrouwen omdat we een een onjuist beeld hebben van onszelf. Het had ook iets fatalistisch. Dat exposure helpenmd kan zijn daar ben ik het mee eens maar het is krachtiger om te stellen dat ons vertrouwen groeit door succeservaringen dan dat ons incasseringsvermogen toeneemt als we ons maar vaak genoeg blootstellen. Beide heeft zijn waarde maar ACT (acceptence en commitment therapy) plat te slaan tot eelt op de ziel vind ik te beperkt en is ook weinig constituerend voor ons zelfvertrouwen. Wat hij dan weer goed formuleerde is dat de mens in voortdurende interactie is met zichzelf en de wereld. De kunst is nu hoe kunnen we een grond in onszelf vinden? Hoe vinden we grond in grondloosheid want als alles slecht bestaat bij relatie dan is alles dus ook contingent en worden we dus feitelijk grondeloos.
Valerie Granberg had als ondertitel Jaloezie, afgunst en medevreugde, een hele mooie boodschap waarbij verbinding ook centraal staat, echter vroeg ik me af wat is nu de essentie van verbinding? Wat anders dan het grote mysterie, de mogelijkheid om de grenzen aangegeven door het niets te laten vervagen en zo ervoor kiezen om een te worden met een ander in het moment. Ik ben het helemaal met haar eens dat de "hartkwaliteiten" of "Muditā" belangrijk zijn temeer omdat ze een telos geven aan vrijmoedigheid en dat geeft moed, we weten waarvoor we het doen.
De derde spreker was Katrien Schaubroeck die op bijna chirurgische wijze de liefde aan stukken sneed en alhoewel ze zelfs een "liefdepil" opperde, ik kan me goed voorstellen dat dit een bewust absurd maken van de huidige tijdsgeest was, de idee dat we liefdesproblematiek kunnen oplossen met een "liefdespil". Ze stelde mooi, zoals ikzelf ook gerealiseerd heb is, dat de vraag "wat is liefde?" slechts beantwoord kan worden in de totstandkoming ervan en dus moet de vraag eerder zijn "Hoe kan ik liefdevol handelen?". Door te pendelen tussen uiterste opvattingen leek ze te wijzen op het dualistische karakter van liefde. Liefde is niet, liefde wordt. Liefde kan in elk moment opnieuw worden gerealiseerd.
De laatste spreker heb ik niet meer meegekregen, ik was moe van drie lezingen. Het was zeker inzichtelijk om bij te wonen maar voor mij is toch wel de take away dat het logisch empirisme nog steeds zijn tentakels heeft zitten in het moderne denken, de idee dat we alles kleiner moeten maken en vervolgens oplossen. De dood van de metafysica betekent dat er geen ruimte meer is voor het mystieke, terwijl in mijn optiek mystiek de essentie is van verbinding en verbinding de essentie van liefde. Zo nu liefde is en wordt tegelijk, maar hoe?
Paul Ekman - https://en.wikipedia.org/wiki/Paul_Ekman
Parrhesia - https://en.wikipedia.org/wiki/Parrhesia